Aandrijving in de vrije ruimte eronder

Werk in uitvoering: Dit onderdeel is nog in de maak: de inhoud wordt doorlopend aangevuld en herzien.

Wat wordt er gecontroleerd? Of een wisselaandrijving die onder de plaat hangt, in de vrije ruimte van een lager gelegen spoor steekt. Trackplanner neemt de onderkant van het tracé bij de wissel (spoorhoogte min tracédikte), hangt de aandrijving met zijn inbouwdiepte daaronder en vergelijkt met de vrije ruimte van de sporen eronder: ligt er een spoor onder het grondvlak van de aandrijving en reikt de aandrijving lager dan de bovenkant van de vrije ruimte van dat spoor, dan meldt hij de wissel en het spoor eronder, met hoeveel de aandrijving erin steekt.

Waarom is dat belangrijk? Onder een station ligt vaak een schaduwstation. De doorrijhoogte is genoeg voor de treinen, maar niet voor de aandrijvingen die onder de wissels erboven hangen. Dat merk je pas als de eerste trein blijft haken.

Zo los je het op: Leg de wissel hoger, het spoor eronder lager of bouw de aandrijving zijdelings in als dat kan (inbouwpositie via de knop ‘Aandrijving’ bij de wissel). Een snelle correctie is er niet, omdat elk van deze oplossingen een bouwkeuze is.

Getallen en standaardwaarden: Tracédikte en hoogte van de vrije ruimte volgen je instellingen bij de vrije ruimte (standaard 1 cm tracédikte). De vrije ruimte eronder is in de boog verbreed zoals bij ‘Overlap vrije ruimte’. Aandrijvingen zonder bekende inbouwdiepte controleert de regel niet. De controle maakt deel uit van de Premium-analyse.