Knik bij verbinding
Werk in uitvoering: Dit onderdeel is nog in de maak: de inhoud wordt doorlopend aangevuld en herzien.
Wat wordt er gecontroleerd? Of twee verbonden spooreinden van bovenaf gezien in een rechte lijn op elkaar aansluiten – of meer dan 1,5° ten opzichte van elkaar geknikt zijn.
Waarom is dat belangrijk? Een railverbinding met een lichte knik ziet er in het plan klaar uit, en Trackplanner rekent haar nog als verbinding (tot 3°). Bij het bouwen geeft ze toch problemen: de railverbinders zitten onder spanning, het spoor trekt zich bij het vastschroeven recht en duwt de naastliggende stukken scheef, en de wielen lopen aan bij de railverbinding – vooral bij snelle treinen en lange wagens. Sporen die in de editor zijn gelegd, hebben zo’n knik bijna nooit; hij ontstaat vrijwel altijd bij het importeren uit een ander planprogramma, waarvan de spoorgeometrie een of twee graden van onze catalogus afwijkt (meestal bij wissels).
Zo los je het op: Maak in het gereedschap ‘Sporen’ de railverbinding los en klik een van de twee stukken opnieuw vast – de magneet zet het precies op zijn plek. Ontstaat daarbij een opening, trek dan van het ene open einde naar het andere: Trackplanner legt er passende stukken in als voorvertoning, en loslaten verbindt ze. Welk stuk wordt bijgesteld, bepaal jij.
Getallen en standaardwaarden: Gemeld vanaf een knik van meer dan 1,5°. Tot 3° geldt een railverbinding als verbonden; een sterker geknikte railverbinding wordt bij het openen van het plan losgemaakt en verschijnt als open einde.